Andreaskerk

Door zijn unieke locatie bepaalt de Andreaskerk voor een belangrijk deel de skyline van Katwijk aan Zee. De Andreaskerk ligt namelijk pal aan de Noordzee hetgeen buitengewoon is in Nederland. Geen enkele ander kerk in ons land is zo dicht bij de kust gesitueerd. Maar dat was niet altijd het geval; oorspronkelijk stond dit godshuis in het centrum van het voormalige vissersdorpje, maar in de loop van de tijd hebben talloze zware stormen voor zoveel duinafslag gezorgd dat de kerk steeds dichter bij de kustlijn is komen te liggen. Met name de allesverwoestende Allerheiligenvloed uit 1570 richtte enorm veel schade aan de duinen en huizen van Katwijk aan Zee.

Beschermheilige
De Andreaskerk is vernoemd naar Sint Andreas, één van de twaalf apostelen van Jezus van Nazareth. Andreas is de beschermheilige van de vissers en vishandelaren. De witgepleisterde kerk heeft onder de plaatselijke bevolking twee bijnamen: Oude Kerk en Witte Kerk. De kerk werd in 1461 als een zogenaamde kruiskerk met een driebeukig schip gebouwd. Met een kruiskerk wordt een kerkgebouw bedoeld wiens plattegrond een kruisvorm heeft. In 1571 diende de eerste rampspoed zich aan voor de Andreaskerk. In dat jaar werd de kerk volledig geplunderd door de watergeuzen. Ten tijde van het Beleg van Leiden kreeg de Katwijkse kerk het ook zwaar te verduren; grote vernielingen werden toen aangebracht.
Andreaskerk Katwijk aan Zee
visnet, touwen, fishing, nets, rope
Opslagruimte
In 1887 verrees de Nieuwe Kerk in Katwijk aan Zee en werd de Oude Kerk voor 6.000 gulden van de hand gedaan. Tot 1921 fungeerde het karakteristieke kerkgebouw enerzijds voor de opslag van scheepsbenodigdheden en anderzijds als ruimte waar vissersnetten gerepareerd konden worden. De eigenaar was N.V. Rederij Katwijk die een vloot vissersboten bezat van het type bomschuit. Bomschuiten zijn schepen die vanaf het strand het ruime sop kiezen en ook weer op het strand landen na terugkomst van zeevissen op de Noordzee. Katwijk aan Zee heeft namelijk nooit een zeehaven gehad. Het religieuze pand kwam in 1921 voor 45.000 gulden weer terug bij de geloofsgemeenschap. Na een verbouwingsduur van drie jaar zwaaiden de kerkdeuren in 1924 weer open voor de gelovige Katwijkers.
Verdedigingslinie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog dreigde de Andreaskerk door de Duitse bezetters gesloopt te worden. De Nederlandse kust vormde namelijk een onderdeel van de zogenaamde Atlantikwall; een verdedigingslinie van bunkers, mijnenvelden en kanonnen langs de gehele Europese Atlantische kust. Hiervoor moesten alle bouwsels aan de kust wijken om niet hinderlijk in het Duitse schootsveld te liggen. De ‘Ortskommandant’ had al de opdracht om alle gebouwen langs de Katwijkse kust af te breken gegeven, waaronder huizen en de vuurbaak van Katwijk aan Zee, maar dus ook de Andreaskerk. Dankzij een gewiekste Katwijkse aannemer kunnen we tot op de dag van vandaag nog van de kerk genieten. Hij brak namelijk alleen de kerktoren af en gokte erop dat de Duitsers hiermee akkoord gingen, hetgeen geschieden. In 1952 werd de toren weer terug op de kerk gemetseld.

Zoutprobleem
Tussen 2009 en 2014 werd de Andreaskerk grondig verbouwd waarbij meerdere partijen betrokken waren. De grote uitdaging bij de restauratie vormde het feit dat alle muren tjokvol met zout zaten; veroorzaakt door de unieke zeelocatie en de gebruikte verf. Via een ingenieuze methode wist men dit technische probleem uiteindelijk te tackelen. Vandaag de dag doet het markante geloofshuis, met veertien honderd zitplaatsen, dienst voor de Protestantse Kerk.
Vis standbeeld Katwijk aan Zee